Shop: € 0,00
 

Lezingen 'Zelf sterrenkijken'

Het boek Zelf sterrenkijken beschrijft de sterrenhemel per seizoen, met een algemene inleiding over onder andere sterrenbeelden, de kenmerken van sterren en sterevolutie.

Vier lezingen aan de hand van het boek
In september 2025 kwam dat boek uit, voor velen misschien mijn meest logische boek gezien mijn planisferen en planetariumachtergrond.

In Zelf sterrenkijken beschrijf ik de sterrenhemel in één deel van 10 pagina’s per seizoen, met steeds eerst een inleiding met een grote sterrenkaart die Wil Tirion heeft gemaakt, en dan drie hoofdstukjes van drie pagina's. Inleidend vind je in dat boek hoofdstukjes over de bewegingen aan de sterrenhemel (dag/nacht, het jaar en de seizoenen etc.) en over afstanden en hoekafstanden; over sterrenbeelden en de historie daarvan; over de uiterlijke kenmerken van sterren; en over sterevolutie.
 

Waarom een serie lezingen?

Er moest natuurlijk een lezing komen over het onderwerp van het boek, maar dat betekent dan meteen ook een serie toegankelijke publiekslezingen, één lezing per seizoen.
Die lezingen volgen het boek, met steeds ook een inleiding over de kenmerken van sterren en sterevolutie, want dat komt in alle lezingen terug. Het heelal bestaat immers ‘slechts’ uit gaswolken en sterren. Die sterren vormen sterrenstelsels in allerlei grootte (er zijn daar 2000 miljard van!). En sterren zijn er in alle soorten en maten en in alle stadia van evolutie. Zo worden sterren ‘geboren’ in die gaswolken (stervormingsgebieden), uit voornamelijk waterstof en helium; de jonge sterren vormen open sterrenhopen en dubbelsterren. Als sterren oud worden gaan ze veranderen, ze worden veel groter en aan de buitenkant koeler (en daarom roder): het worden rode reuzen en superreuzen. Aan het eind van hun bestaan worden lichtere sterren als de zon witte dwergen, in een fraaie oogvormige nevel: een planetaire nevel. Zwaardere sterren exploderen in een supernovaexplosie, waarna er een neutronenster of een zwart gat overblijft, in een enorme wolk, of supernovarestant, die hooguit tienduizenden jaren zichtbaar blijft. Dus bijna alles dat we zien zijn stervormingswolken, sterren en de restanten van sterren!
 

Wat kun je voor leuks zien aan de sterrenhemel?

In de les geef ik dan verder een overzicht van de belangrijkste en leukste ‘dingen’ die je kunt zien, hoe je de belangrijkste sterrenbeelden en sterren gemakkelijk kunt herkennen en hoe je die sterrenbeelden kunt gebruiken om interessante objecten te vinden. Elke seizoen heeft een eigen karakter, ook als het om de sterrenhemel gaat, en daarom richt ik in elke lezing de aandacht ook op de specifieke aantrekkingskracht van dat seizoen (bijvoorbeeld het Herfstvierkant en de Andromedanevel in de herfst; de Zomerdriehoek en de Melkweg in de zomer; en de Winterzeshoek in de winter: dat noem ik het museum van sterevolutie, omdat je er sterren in alle stadia tegenkomt).


De lezingen
Er zijn dus vier lezingen, een per seizoen, steeds van ruim een uur.

Op het moment dat ik dit schrijf (begin mei 2026) is 'De sterrenhemel in de winter' klaar, en werk ik aan 
'De sterrenhemel in de lente'.
Ik ben overigens begonnen met 
'De sterrenhemel in de herfst', omdat Boekhandel Veenendaal in Amersfoort een boekpresentatie wilde, maar ik ben de basisstructuur voor 'De winter' gaan aanpassen, zodat het geheel naar mijn zin was, en de andere volgen dus die lijn.

Links: tijdens mijn presentatie op 25 september 2025 bij Boekhandel Veenendaal, in Amersfoort.

Hieronder: diverse beelden uit de lezing 'De sterrenhemel in de winter'.